European Organic Congress: Hoe staat het met de nieuwe biologische regelgeving?

Van 1 tot en met 3 juli was het European Organic Congress. Dit congres werd georganiseerd door IFOAM Organics EU, de Europese tak van de koepel van organisaties actief in de biologische sector IFOAM en BÖLW, de Duitse vereniging van biologische boeren, verwerkers en retailers. Dit jaar was het congres geheel online. Op 1 juli was er een sessie over de nieuwe biologische regelgeving, ik geef hieronder een samenvatting van de belangrijkste punten uit deze sessie. Het hele congres is online terug te kijken.

Stavaza verordening 2018/848

De belangrijkste vraag was en is natuurlijk: wat is de stand van zaken betreffende de nieuwe Europese biologische verordening 2018/848? Nicolas Verlet, hoofd van de biologische landbouw Unit bij de Europese commissie, gaf het antwoord  op deze vraag. Momenteel wordt er gewerkt aan verschillende geïmplementeerde besluiten (implementing acts) en gedelegeerde besluiten (delegated acts). Deze besluiten zijn in feite aanpassen in de basiswetgeving 2018/848. In deze blog bespreek ik een aantal eerder gepubliceerde wijzigingen.
Wat betreft de productieregels moeten er nog 5 gedelegeerde besluiten worden aangenomen. Het gaat dan o.a. over de productie en in handel brengen van heterogeen uitgangsmateriaal, de uitzondering in het geval van extreme omstandigheden/rampen, het etiketteren van zaaizaad voor voer en voedsel en de nieuwe lijsten van toegestane meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en reinigingsmiddelen. Er is een online consultatie over deze besluiten gedurende 4 weken waarbij er feedback kan worden gegeven. Momenteel is er een online consultatieronde over het etiketteren van veevoer met gangbare ingrediënten.   

Wat betreft import & handel zijn er al een gedelegeerd besluit en een uitvoeringsbesluit goedgekeurd. Dit gaat over criteria waaraan controle instanties buiten de EU moeten voldoen om bedrijven biologisch te kunnen certificeren conform de EU biologische regelgeving.

De meest prangende vraag ging natuurlijk over de ingangsdatum van de nieuwe regelgeving: verschillende organisaties (IFOAM, EOCC), EU lidstaten en het EU parlement hebben de commissie gevraagd om de invoering 1 jaar uit te stellen, naar 1 januari 2022. De commissie heeft hierover nog geen besluit genomen. Met name voor de controlerende instellingen zal het een uitdaging zijn om zich tijdig voor te bereiden om de nieuwe regelgeving.

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?

Volgens Marian Blom, vice-voorzitter van IFOAM EU en projectleider bij Bionext, zijn dit de belangrijkste wijzigingen:

  • Verduidelijking met betrekking tot het telen in de bodem: alleen kruiden en sierplanten mogen in pot geteeld worden. Vanaf 31 december 2030 is het in Denemarken, Finland en Zweden niet meer toegestaan om biologisch te kweken in afgescheiden bedden.
  • Het toestaan van het gebruik van heterogeen plantmateriaal, oftewel populaties van zaadvaste rassen.
  • Strengere eisen voor het gebruik van voer uit de regio
  • Duidelijkheid over de status van de veranda voor pluimveehouders
  • Natuurlijke aroma’s moeten voor minimaal 95% uit bio ingrediënten bestaan
  • Meer flexibiliteit bij het gebruik van gangbare ingrediënten, maar alleen met ontheffing

Andere belangrijke wijzigingen zijn:

Niet-toegestane stoffen in biologische producten: dit zal komende jaren een belangrijk thema zijn. Er wordt niet gewerkt met een afkeurgrens, dus volgens de regelgeving zal elke vondst van een niet-toegestane stof in een biologisch product aanleiding zijn voor onderzoek, ook als het slechts een spoor van een stof betreft. De uitdaging zal zijn om niet te verzanden in bureaucratie maar wel de biologische waarden te beschermen. Georg Eckert, voorzitter van de EOCC en hoofd van de landbouwafdeling van ABcert, verwacht dat er veel meer positieve analyses zullen zijn, ook doordat laboratoria steeds beter kunnen analyseren. Hij raadt aan om te focussen op het voorkomen van contaminatie, er zal meer verantwoordelijkheid hiervoor bij de bedrijven worden gelegd.

Groep certificering: een belangrijke wijziging is het mogelijk maken van groep certificering. Buiten de EU is certificering van groepen van kleine boeren al een bekend gebruik, maar binnen de EU wordt dit nog niet toegestaan. Er zijn al een aantal criteria bekend, maar er volgt nog een beperking op het aantal boeren dat lid mag zijn van een groep. Er zijn nu gevallen bekend van groepen van 80.000 boeren, maar dat maakt het heel moeilijk om het interne controle systeem (ICS) en controle door de CB goed uit te voeren.

Tweejaarlijkse fysieke inspectie voor laag risico bedrijven: bedrijven met een laag risico worden 1 keer per 24 maanden fysiek geïnspecteerd, het volgende jaar voldoet een administratieve inspectie.

Import uit derde landen: momenteel zijn er 11 landen waarvan de nationale biologische regelgeving als equivalent aan de Europese biologische regelgeving wordt gezien. Met deze landen zal opnieuw worden onderhandeld. In de overige landen buiten de EU zijn door de EU aangewezen controle instanties actief die hun eigen standaarden gebaseerd op de EU regelgeving laten toetsen. Hierdoor is er wat flexibiliteit in bijvoorbeeld het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Dit zal veranderen, controle instellingen in derde landen moeten meer gaan samenwerken en afstemmen. De druk die op controle instellingen in derde landen ligt doordat bedrijven steeds groter worden zal ook een uitdaging zijn volgens Nicolas Verlet.  

Logo of the European Organic Congress 2020

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *